Waterkwaliteit

Absolute topprioriteit nummer één in beleid van de VWR is de verbetering van de waterkwaliteit. In de warme zomerperiode is het water als gevolg van algengroei zo groen dat het doorzicht beperkt is tot enkel decimeters. Het is groene soep. Velen kennen het water niet anders. Maar, eveneens in de jaren 20 – 60 van de vorige eeuw, was het water glashelder. Keek men tot op de bodem en was er een rijke plantenvegetatie. Niet zelden werd schoon en helder sloot- en plaswater gebruikt voor huishoudelijke doeleinden en menselijk consumptie. Dr. H.C. Redeke schreef, eveneens in het boekje van dr A. Scheygrond, enkele passages over de bijzondere hydrobiologie van de Reeuwijkse en Sluipwijkse Plassen omdat deze niet of nauwelijks in verbinding stonden met het Rijnlands boezemwater.

Wat is er veranderd

  1. Het eerste sleutelwoord is EUTROFIËRING, vrij vertaald VERMESTING.
  2. Het tweede sleutelwoord is fosfaat, een fosfor(Ph)-verbinding, een chemische stof die tevens hoofdbestanddeel is van kunstmest. Die werd ook toegevoegd aan wasmiddelen, maar komt ook vrij bij afbraak natuurlijke van natuurlijke mest zoals de uitwerpselen van mens en dier. In de tweede helft van de vorige eeuw, parallel aan de economische groei, de technologische ontwikkeling en grotere consumptie werden grote hoeveelheden fosfaten aan diverse wasmiddelen toegevoegd. Die kwamen samen met andere afvalstoffen grotendeels in het oppervlaktewater terecht. Dit alles heeft tot gevolg dat er bij warm weer een ongebreidelde groei van algen plaats vindt. Deze algen geven het water de kleur van groene soep.
  3. Verandering in de waterhuishouding. In de tweede helft van de vorige eeuw werd steeds meer fosfaatrijk boezemwater van Rijnland via de grachten van de stad Gouda op de Reeuwijkse Plassen geloost. O.a. met water dat nodig was voor de aanvulling van de plassen Broekvelden/Vettebroek, die als gevolg van de zandwinning een diepte bereikten van 30-50 meter. Aanvankelijk trof de doorstroming vooral de plassen ’s-Gravenbroek, Groot Vogelenzang en ’s-Gravenkoop.
  4. Verandering van waterstromen door de aanleg van een doorvaart in de Korsendijk en de Lucassenlaan, waardoor ook de plassen Elfhoeven, Klein-Elfhoeven, Vrijhoef en Roggebroek en Kalverbroek in deze waterstromen betrokken werden.
  5. De aanleg van een ‘wetland’ door Staatsbosbeheer in het Steinse Groen aan de overzijde van de Twaalfmorgen, met als gevolg dat 20% van het ingelaten fosfaatrijke water direct wordt doorgevoerd naar het Steinse Groen dat als onderdel van Natura 2000 een bijzondere beschermde status verkreeg. Doorvoeren is niet erg zou u zeggen. Niets is minder waar. Wanneer water lang op één plaats verblijft ontstaat er evenwicht en herstel. Wanneer er voortdurend fout gebiedsvreemd water wordt aan- en doorgevoerd, zal dat evenwicht en herstel nooit ontstaan.
  6. Intensivering van de veeteelt en dientengevolge intensieve bemesting van de omliggende weilanden. De omliggende weilanden vormen een fosfaatbom. Het gevolg is uitspoeling van messtoffen uit de bodem die via de sloten de plassen bereiken.

Al deze maatregelen horen bij het begrip externe eutrofiëring, wat wil zeggen, dat de meststoffen die de algengroei veroorzaken, van buiten het gebied worden aangevoerd. De algen maken dat onderwatervegetatie geen zonlicht meer krijgt en niet meer kan groeien, dat plankton niet meer kan leven en dat de vissen die voedselbron missen en de bodem gaan omwoelen op zoek naar ander voedsel. De algen zetten zich af op de rietstengels en de wortels van het riet waardoor dit afsterft.

Een andere oorzaak is de interne eutrofiëring. Door afbraak van de veenbodem en de verbinding met andere chemische stoffen die ook van nature in het water zitten zoals ijzer, komt er ook fosfaat vrij. De weergave van deze chemische reactie blijft u hierbij bespaard, maar is na te lezen in het rapport ‘Alles of niets’. Is de veenbodem in rust dan valt dit mee, maar wanneer deze wordt opgewoeld door bij voorbeeld vissen of de draaiende beweging van een bootschroef, wordt dit proces onmiddellijk verergerd.

Welke maatregelen moeten worden genomen

  1. Afkoppelen van omliggende landbouwgebieden.
  2. Afkoppelen van het wetland Steinse Groen en dat een andere watervoorziening geven.
  3. Weren van nutriëntrijk gebiedsvreemd water en vasthouden van het reeds aanwezige eigen water. Dus niet water wegpompen bij iets te veel of inlaten bij iets te weinig water, maar een flexibel peilbeheer toepassen.
  4. Defosfateren van het inlaatwater.
  5. Actief biologisch visbeheer. Dat wil zeggen het wegvangen van overtollige bodemwoelende vissen als brasem, bliek en karper.
  6. De bodem afdekken met zand of klei.
  7. Baggeren van slib.

Niet alle maatregelen zijn even gemakkelijk uitvoerbaar. 1, 2 en 3 zonder meer wel. Defosfateren en de bodem afdekken zijn duur. Actief biologisch visbeheer en het niet genoemde compartimenteren van de plassen zal op maatschappelijk weerstand van respectievelijk de sportvissers en de watersport stuiten. Over het resultaat van het baggeren van slib (fijne deeltjes veen als resultaat van de afbraak) is men het niet eens.

Rijnland werkt thans aan een aantal van deze maatregelen in het kader van het project Schoon en Mooi. Met name 1, 2 en 3 hebben hoge prioriteit. Over 4 en compartimenteren van de plassen is met het in de begeleidingsgroep nog niet eens.

Acties VWR

  1. Actief volgen van de maatregelen van Rijnland.
  2. Actief monitoren van de resultaten.
  3. Actief monitoren van de debietgegevens van Rijnland.
  4. Actie voeren tot bespoediging van de afsluiting van het Steinse Groen bij Staatsbosbeheer.